Uw fiscale update

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Centen en procenten: nieuwigheden voor uw belastingaangifte
21 mei 2021

Centen en procenten: nieuwigheden voor uw belastingaangifte

Naar jaarlijkse gewoonte zijn er enkele wijzigingen voor het indienen van uw belastingaangifte. Door de coronacrisis en de nieuwe federale regering werden enerzijds enkele belastingvoordelen verhoogd of aangevuld en anderzijds worden de fiscale grensbedragen bevroren. De jaarlijkse indexering wordt bevroren tot en met 2023 (v.b. fiscale vrijstelling roerende voorheffing op dividenden, vrijstelling inkomsten uit spaardeposito’s, ..) De bevriezing van de indexatie voor pensioensparen daarentegen, wordt uitgesteld tot aanslagjaar 2022. Dat betekent dat wel degelijk de bedragen 990 en 1.270 EUR van toepassing zijn voor aanslagjaar 2021.

Hoger belastingvoordeel

  • Kinderopvang : U mag alle opvangkosten inbrengen, tot maximaal 13 EUR per dag en per kind i.p.v. 11,20 EUR. Verder wordt dit maximumbedrag voor inkomsten 2021 verhoogd tot 13,70 EUR en zal dit jaarlijks worden geïndexeerd. Tegelijk werd de leeftijdsgrens opgetrokken naar 14 jaar (i.p.v. 12 jaar) en 21 jaar voor kinderen met een zware handicap (i.p.v. 18 jaar)

  • Giften : aan erkende instellingen, voor een min bedrag van 40 EUR, leveren voortaan een belastingvermindering op van 60% i.p.v. 45 (uitzonderlijk ook voor giften aan OCMW’s, ziekenhuizen, instellingen mensen met een handicap, bejaarden en beschermde minderjarigen : voor giften tussen 1 maart en 30 juni 2020 alsook voor giften van computers aan scholen : tussen 1 maart en 31 december 2020).

  • Mantelzorgers : verhoogde belastingvrije som, daardoor maximum belastingvoordeel van 534 EUR

  • Studentenarbeid, niet alle bezoldigingen meegeteld : bezoldigingen uit studentenarbeid van april tot en met 30 juni 2020, worden niet meegeteld voor de berekening van de nettobestaansmiddelen om ten laste te kunnen blijven. Alsook voor het 4de kwartaal van 2020 en het 1ste kwartaal van 2021 voor studentenarbeid in de zorgsector.

  • Rechtsbijstandsverzekering : voortaan geven premies, betaald vanaf 1 sep 2019, recht op een belastingvermindering van 40%. Premies tot 310 EUR per jaar, wat dus een maximum jaarvoordeel oplevert van 124 EUR (opgelet: aan wettelijke polisvoorwaarden voldoen).

  • Vrijstelling roerende voorheffing op dividend : 800 i.p.v. 640 EUR
  • Vlaamse winwinlening : Vlaams belastingkrediet voor winwinleningen gesloten vanaf 16/03/2020 tot uiterlijk 31 december 2021 werd opgetrokken van 30% naar 40%, en dat voor de volledige looptijd van die winwinlening.
    Tegelijk is er een extra Vlaamse mogelijkheid waarbij vrienden en familieleden geld uitlenen aan een KMO met hun maatschappelijke zetel in het Vlaams gewest. Dit levert een jaarlijkse belastingkorting op van 2,5% op het openstaand kapitaal. Het maximumbedrag werd opgetrokken van 50.000 naar 75.000, terwijl de kredietnemer maximum 300.000 EUR kan ontlenen i.p.v. 200.000 EUR.

  • Taks shelter : Bijkomend belastingvoordeel voor particulieren die tot 100.000 EUR nieuwe aandelen kopen op naam tijdens een kapitaalverhoging tot maximaal 250.000 EUR tussen 14 maart en 31 december 2020. Een betaling en volstorting in diezelfde periode levert een belastingvermindering op van 20%, wat een maximaal belastingvoordeel van 20.000 EUR is.

Woonbonus afgeschaft

In Vlaanderen werd sinds 2020 de woonbonus afgeschaft, voor leningen aangegaan vanaf 2020. Alle lopende leningen behouden wel het belastingvoordeel. Merk hierbij op dat, indien de looptijd werd verlengd door betalingsuitstel naar aanleiding van corona, die extra maanden wel nog een belastingvoordeel zullen opleveren.
De belastingvermindering voor betaalde erfpacht-, opstalvergoedingen en gelijkaardige vergoedingen werd vanaf 1/1/2020 ook geschrapt.

Belastingvoordeel diensten- en wijk-werkcheques (vroegere pwa-cheques) teruggeschroefd

20% belastingvermindering i.p.v. 30%, op maximaal 1.520 EUR aangekochte cheques per persoon..

Verlenging verhoogde investeringsaftrek voor KMO’s en eenmanszaken

Met de coronawet werd het basistarief voor de investeringsaftrek opgetrokken van 8% naar 25%. Aanvankelijk voor investeringen van 12 maart tot 31 december 2020. Deze maatregel wordt nu verlengd voor investeringen gedaan tot 31 december 2022.

Fiscaal vrijgesteld

  • Thuiswerk-vergoeding : max 129,48 EUR per maand. Sinds 1 maart kunnen werkgevers een forfaitaire onkostenvergoeding toekennen voor de inrichting van de werkruimte thuis. Met een minimum van 5 dagen per maand thuiswerk.

  • Consumptiecheques : tot 300 EUR belastingvrij, te besteden in horecazaken of kleinhandelszaken die minimum 1 maand verplicht moesten sluiten.

  • Bezoldiging vrijwillige overuren : Extra overuren in de cruciale sectoren tussen april en 30 juni 2020 worden beloond. Bovenop de gebruikelijke 100 overuren, kon men tot 120 vrijwillige overuren bijkomend presteren (indien geen overloon werd betaald, ontsnappen deze aan belasting)

Geen meldplicht meer voor meerdere effectenrekeningen

De rubriek voor rekeningen en individuele levensverzekeringen in buitenland, juridische constructies en leningen aan startende kleine vennootschappen werd voor inkomstenjaar 2020 geschrapt en is dus niet in te vullen.

Onroerende goederen in het buitenland – wijziging belastbare basis

Vanaf 2021 zal er een KI worden toegekend aan in het buitenland gelegen onroerende goederen.
Dit impliceert dat iedere verwerving of vervreemding gemeld moet worden, binnen de 4 maanden. Voor reeds bestaande buitenlandse onroerende goederen op 31/12/2020, dient de belastingplichtige vóór eind dit jaar dit zelf aan te geven via myminfin.

Deadlines:
15 juli 2021 via taks on web
30 juni 2021 op papier
 
U laat uw aangifte invullen door ons? Dan hebben we tijd tot 21 oktober 2021    
 

Kimberley Geldhof  – Balan’z – Accountants & Tax Advisors

Bron: De Tijd, Practicali

Woning bestuurder in vennootschap: verwerping kosten ondanks hoge huurvergoeding (Tiberghien)
21 mei 2021

Woning bestuurder in vennootschap: verwerping kosten ondanks hoge huurvergoeding (Tiberghien)

Zijn de kosten die een vennootschap maakt voor haar onroerend goed aftrekbaar als beroepskosten in de zin van artikel 49 WIB92? Betwistingen over de al dan niet aftrekbaarheid van deze kosten zijn alomtegenwoordig – zowel in de administratieve fase als in de gerechtelijke fase trekken talrijke belastingplichtigen ten strijde tegen de fiscale administratie. Vermeldenswaardig is hierbij een arrest dd. 5 januari 2021 van het Hof van Beroep te Antwerpen (A.R. 2019/AR/1092).

Het Hof van Beroep te Antwerpen diende zich uit te spreken in een zaak m.b.t. de aanvaarding/verwerping van verschillende kosten van een woning in een vennootschap op basis van artikel 49 WIB92: zijn deze kosten gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden?

Concreet betaalde de bestuurder via rekening-courant een jaarlijkse huurvergoeding van ong. 70.000,00 EUR (o.b.v. de forfaitaire waardering VAA voor de kosteloze terbeschikkingstelling van een woning) voor het privégebruik (85%) van een woning die de vennootschap van de bestuurder destijds (in 1997) in volle eigendom had aangekocht. De vennootschap was aldus volle eigenaar van de woning die voor 85% ter beschikking werd gesteld aan de bestuurder en voor 15 % beroepsmatig werd gebruikt. Dit % privé-/beroepsgebruik werd niet betwist door de fiscale administratie.  

Vooreerst oordeelt het Hof van Beroep te Antwerpen dat het gegeven dat de afschrijvingen op de kosten van aankoop van de woning (in 1997) en eerdere renovatiewerken in aftrek werden aanvaard, irrelevant is voor de beoordeling van de aftrek van andere latere welbepaalde investeringskosten die werden gedaan (concreet had de betwisting betrekking op de aanslagjaren 2014 en 2015).

Wat betreft de aanvaarding van deze verschillende latere investeringen in de vennootschap oordeelde het Hof van Beroep als volgt:

  • Het enkele feit dat de vennootschap volle eigenaar is van de woning, en dat de bestuurder een jaarlijkse huurvergoeding betaalt voor het privégebruik (85%), volstaat niet om te besluiten dat zonder meer alle kosten en investeringen m.b.t. de woning aftrekbaar zijn cf. artikel 49 WIB92.
  • Een recent aanvaarde piste in de rechtspraak, nl. die van de meerwaardecreatie die een vennootschap op termijn kan boeken bij de toekomstige verkoop van het onroerend goed, wordt eveneens door het Hof geweigerd, aangezien die meerwaarde louter hypothetisch is.
  • Daarnaast beoordeelde het Hof de verschillende soorten kosten die de vennootschap had gemaakt, als volgt:
  • Investeringen die uitsluitend de persoonlijke belangen van de bestuurder ten goede komen (vb. afdekking zwembad, renovatie badkamers en fitnessruimte), komen niet voor aftrekbare afschrijving in aanmerking.
  • Voor werken die ook het privé-gedeelte ten goede kwamen zonder dat die werken invloed hebben op de omvang van de huurvergoeding (vb. aanpassing alarmsysteem, plaatsen van buitenverlichting, cameranetwerk, en videofoonsysteem), worden de kosten aanvaard ten belope van het beroepsgedeelte (aldus 15%).
  • Voor werken die structureel van aard zijn (vb. funderings- en dakwerken), worden de kosten ook maar aanvaard ten belope van het beroepsgedeelte (15%).

Bovenstaande rechtspraak toont aan belastingplichtige steeds dient na te gaan bij het uitvoeren van bepaalde (investerings)werken m.b.t. een woning in een vennootschap of deze kosten aanvaardbaar zijn als aftrekbare beroepskosten in de zin van artikel 49 WIB92 (in de ruimere zin: of de BTW op deze kosten/investeringen in aanmerking komen voor BTW-aftrek). Volgens het Hof is het niet omdat de fiscale administratie in het verleden bepaalde kosten heeft aanvaard (volgens een bepaald %) dat dit een vrijgeleide is voor de latere kosten die nog zullen worden gemaakt – zij het minstens een vertrouwen zou moeten wekken ten aanzien van de administratie als het gaat om gelijkaardige kosten/investeringen.

Bijzonder is wel dat deze kosten niet worden aanvaard, hoewel de vennootschap toch een omvangrijke jaarlijkse huurvergoeding van 70.000 EUR ontvangt voor het privégebruik van de woning (85%), oftewel bijna 5.850 EUR per maand – hetgeen toch een belastbaar inkomen is voor de vennootschap zoals vereist door artikel 49 WIB92 (ongeacht of deze vergoeding de gedane kosten/investeringen nu dekt of niet – enige opportuniteitsbeoordeling bij de toepassing van artikel 49 WIB92 is nochtans verboden)…

Bron: Legalnews

Bedrijfswagens, wat verandert?
21 mei 2021

Bedrijfswagens, wat verandert?

Vanaf 1 september geldt alleen nog de nieuwe strengere uitstootnorm WLTP voor de bepaling van de CO2-uitstoot van auto’s. Tot nu toe kon vaak nog de oude NEDC-norm gebruikt worden. Die leverde een lagere gemiddelde uitstoot op.

Nog vanaf september komen er fiscale stimuli voor de bouw van laadpunten thuis of van publiek toegankelijke oplaadpunten op bedrijfsparkings. Wie investeert tussen 1 september en 31 december 2022, zal een belastingvermindering van 45% krijgen. In 2023 is dit voordeel nog 30% en in 2024 nog 15%.

Vanaf 1 januari 2026 behouden alleen nog auto’s die 0 gram CO2 per kilometer uitstoten hun fiscaal gunstregime van 100 procent aftrekbaarheid. Dat tarief daalt naar 95 procent in 2027 en zakt verder naar 90 procent in 2028, 82,5 procent in 2029, 75 procent in 2030 en 67,5 procent voor wagens besteld in 2031.

Personenwagens op fossiele brandstof die voor 1 juli 2023 worden aangeschaft, blijft de huidige fiscale aftrek van toepassing. Voor personenwagens die tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 worden besteld, komt er een overgangsregeling die nadien wordt afgebouwd. De aftrekbaarheid wordt in 2025 afgetopt op 75 procent. In 2026 wordt dat 50 procent, in 2027 25 procent en vanaf 2028 nul.

Voor hybride bedrijfswagens die na 1 juli 2023 worden aangeschaft, wordt de fiscale aftrekbaarheid van de fossiele brandstof beperkt tot 50% om op die manier elektrisch rijden aan te moedigen.

Bestelwagens en vrachtwagens vallen niet onder bovenstaande regeling. Bedrijven die echter een emissievrije vrachtwagen in huis halen genieten een verhoogde investeringsaftrek. Hetzelfde geldt voor investeringen in tankinfrastructuur voor waterstof en een elektrisch laadstation. Het tarief bedraagt 35 procent in 2023, 29,5 procent in 2024, 24 procent in 2025, 18,5 procent in 2026 en 13,5 procent in 2027.

Als alternatief voor de bedrijfswagen wordt het mobiliteitsbudget breder, eenvoudiger en soepeler.

De regering heeft bij deze volledig ingezet op elektrificatie van het wagenpark. Hoe dit in de praktijk zal lopen zal nog moeten blijken.

Bron: De Tijd

De huidige COVID steunmaatregelen op een rijtje
4 mei 2021

De huidige COVID steunmaatregelen op een rijtje

Voor alle ondernemers:
De tijdelijke werkloosheid door overmacht, het dubbel crisis-overbruggingsrecht in geval van volledige onderbreking en het crisis-overbruggingsrecht wanneer de omzet met tenminste 40% daalde worden verlengd tot 30 juni 2021. Ook de steunmaatregelen voor handelshuur zijn verlengd tot 30 juni 2021.


Sectorspecifieke steunmaatregelen:
– een vrijstelling van FAVV-heffing voor Horeca
– een vermindering van de patronale bijdrage voor de event- en cultuursector
– Compensatie voor artiesten die heel wat auteursrechten misten

Bijkomende steunmaatregelen:
– Vrijstelling voor jaarlijkse vakantie in de horeca: de federale regering zal  de bijdrage die werkgevers moeten betalen aan het vakantiefonds in 2021 betalen
– RSZ-vermindering voor wie tijdelijk werklozen opnieuw aan het werk zet
– Dubbel overbruggingsrecht voor de maand mei voor de Horeca
– bijkomende steun- en relancemaatregelen voor bedrijven die binnenkort kunnen opstarten
– Tijdelijke BTW-verlaging van zodra de terrassen terug openen tot en met 30 september

Specifiek voor de horeca:

Dubbel overbruggingsrecht horeca

Het Kabinet Clarinval bevestigt de verlenging van het dubbel overbruggingsrecht voor juni 2021, ook voor horeca waarvan de terrassen reeds geopend zijn. De terrassen zijn geopend sinds 8 mei en het is duidelijk dat er voor de maand mei en juni sowieso recht is op dubbel overbruggingsrecht voor de verplicht gesloten sectoren. Met andere woorden, de opening van een terras vormt voor de horecasector voor de maanden mei en juni geen beletsel voor het dubbele overbruggingsrecht.

Fiscale fiches voor meewerkend echtgenoten 

Enerzijds heeft de overheid beslist dat meewerkend echtgenoten géén belastingen of sociale bijdragen moeten betalen op de uitkeringen overbruggingsrecht.  Anderzijds staat in de nota dat “alle” zelfstandigen die het overbruggingsrecht ontvingen een fiscale fiche moeten ontvangen. Er zijn dus ook fiches verstuurd naar meewerkend echtgenoten die overbruggingsrecht hebben ontvangen in 2020.  Grote onduidelijkheid bij alle fondsen en accountants… Dit wordt echter aangekaart bij de overheid. Er wordt ook nog onderzocht of deze bedragen wel of niet automatisch doorstromen naar Belcotax. 

Fiscale aftrekbaarheid VAPZ 

Het VAPZ is enkel aftrekbaar als alle bijdragen van het betreffende jaar ofwel effectief betaald zijn, tenzij er corona-uitstel is aangevraagd. Het VAPZ is niet aftrekbaar als er een of meerdere kwartalen vrijstelling of gelijkstelling zijn. Dit is altijd de regel geweest. We krijgen hier veel meer vragen over, omdat er veel zelfstandigen een vrijstelling hebben aangevraagd in 2020. Indien er niet voldaan is aan de voorwaarden (en er dus geen aftrekbaarheid is) staat op het fiscaal attest bij betaalde VAPZ-bijdragen “0,00 euro”, ook al heeft de zelfstandige een VAPZ-betaling gedaan. 

Vlaams Beschermingsmechanisme 7

Kijk zeker goed na welke categorie voor jou van toepassing is of bespreek dit met ons. Neem dan gerust contact op via info@balan-z.be

Bijklussen? Fiscus wil voortaan minstens 10 procent.
29 april 2021

Bijklussen? Fiscus wil voortaan minstens 10 procent.

Sinds begin dit jaar is het niet langer mogelijk om onbelast bij te verdienen. Maar wie bijklust in de deeleconomie of bij een sportvereniging kan wel tot 6.390 euro fiscaal voordelig opstrijken.

Tot eind vorig jaar kon u bijverdienen of ‘plussen’ zonder belastingen of socialezekerheidsbijdragen te betalen. Dat kon met drie types van activiteiten. Een eerste groep waren occasionele klussen bij particulieren. Denk aan kleine onderhoudswerken aan huis, het gras maaien bij de buren, bijles geven of buitenschoolse opvang verzorgen. Daarnaast kon u bijklussen bij een vereniging als bijvoorbeeld animator of sporttrainer. Ten derde kon u via een app in de deeleconomie werken.

Maar het Grondwettelijk Hof heeft de regeling in april vorig jaar vernietigd. Daardoor viel eind december het doek erover.

Maar dat betekent niet dat voortaan de gebruikelijke belastingtarieven gelden voor alle tot voor kort onbelaste bijverdiensten. Er bestaat een permanent fiscaal gunstregime voor wie bijverdient in de deeleconomie en een tijdelijke regeling voor verenigingswerk in de sportsector.

Verdient een bijklusser in de sport of de deeleconomie 1 euro meer dan toegelaten, dan gelden de gunstregimes niet langer. Dan worden alle inkomsten beschouwd als beroepsinkomen en belast tegen de gebruikelijke tarieven.

‘Als de inkomsten in 2021 uit de deeleconomie en verenigingswerk in de sportsector samen niet meer bedragen dan 6.390 euro, blijft de belastingdruk voor de bijklusser beperkt tot 10 procent’, zegt Jef Wellens, fiscalist bij Wolters Kluwer. Wat houdt dat concreet in?

1 Bijverdienen in de deeleconomie

Verdient u bij via een platform als Deliveroo, Uber Eats, Helpper of Het Bijlesbureau? Na de afschaffing van het onbelast bijverdienen vallen die inkomsten in principe terug op het ‘oude’ belastingregime van 2017.

Als uw bruto-inkomsten niet meer dan 6.390 euro per jaar bedragen, geldt een belastingtarief van 20 procent en ontsnapt u aan btw- en socialezekerheidsverplichtingen. Een maandplafond is er niet. ‘Dat bruto-inkomen omvat niet alleen de vergoeding die u ontvangt van het platform, maar ook inhoudingen zoals voorheffingen en commissies voor het gebruik van het platform’, waarschuwt Wellens.

Van de bruto-inkomsten wordt een kostenforfait van 50 procent afgetrokken, wat de effectieve belastingdruk op 10 procent van uw bruto-inkomsten brengt. Vanaf 1 februari 2021 moeten de erkende platformen 10,70 procent bedrijfsvoorheffing inhouden van de bruto-inkomsten.

Verdient u ook maar 1 euro meer, dan wordt in principe het volledige inkomen – niet alleen het deel boven het plafond – beschouwd als beroepsinkomen en belast tegen de gebruikelijke tarieven. Die kunnen tot 50 procent oplopen. Daarbovenop komen socialezekerheidsbijdragen.

Het gunstregime is er alleen voor wie werkt voor een platform erkend door de overheid. De populaire verhuursite Airbnb heeft die erkenning niet, wat betekent dat de verhuurinkomsten niet onder het belastingregime voor de deeleconomie vallen. U moet die inkomsten verplicht opnemen in uw belastingaangifte. De regering werkt aan een nieuwe verplichting voor alle platformen – erkende en niet-erkende – om informatie uit te wisselen met de fiscus.

2 Tijdelijke regeling voor de sportsector

Wie bij een vereniging bijklust, kan dat voortaan alleen bij sportverenigingen fiscaal voordelig doen. Voor de sportsector – goed voor zo’n 70 procent van het verenigingswerk – is een tijdelijke regeling uitgewerkt voor de inkomsten tussen 1 januari en 31 december 2021. Daarna moet er een definitieve regeling komen. Voor wie werkt voor een socioculturele vereniging of een lokaal bestuur is er geen fiscaal gunstregime meer.

De tijdelijke regeling voor de sportsector is er alleen voor in de wet opgesomde activiteiten. Daarbij geldt niet alleen hetzelfde jaarplafond van 6.390 euro (inclusief verplaatsingskosten en onkosten) voor verenigingswerk en klussen in deeleconomie samen, maar ook een maandplafond. U kunt tot 1.065 euro per maand verdienen als:

  • Animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie geeft en/of sportactiviteiten begeleidt.
  • Sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester of seingever bij sportwedstrijden.

   Voor de overige activiteiten mag u tot 532,50 euro per maand verdienen. Het gaat om:

  • Conciërge van sportinfrastructuur.
  • Occasionele of kleinschalige hulp en ondersteuning bij het administratief beheer, het bestuur, het ordenen van archieven of een logistieke verantwoordelijkheid.
  • Occasionele of kleinschalige hulp bij het maken van nieuwsbrieven en andere publicaties, zoals websites.
  • Opleidingen, lezingen, presentaties en voorstellingen in de sportsector.

Let wel, zogenaamde werken in onroerende staat zoals een kantine verbouwen of de aanleg van terreinen mogen niet in het kader van het verenigingswerk.

Minstens 18

In de tijdelijke wetgeving is ook gesleuteld aan de modaliteiten. De bijklusser moet minstens 18 jaar oud zijn. En hij moet in de 12 tot 9 maanden voor de start van het verenigingswerk minstens 1 dag aan het werk geweest zijn als werknemer, ambtenaar of zelfstandige in hoofdberoep, of gepensioneerd zijn. Studentenarbeid, een flexi-job, een erkend leerling zijn en gelegenheidsarbeid tellen niet om aan de tewerkstellingsvoorwaarde te voldoen. In de regeling voor het onbelast bijverdienen moest u minstens 4/5de werken, maar die voorwaarde is geschrapt.

‘Nieuw is dat een minimumvergoeding van 5,10 per uur moet worden betaald’, zegt Veerle Michiels van de hr-dienstverlener SD Worx. U mag maximaal gemiddeld 50 uur verenigingswerk per maand doen – over alle organisaties heen en berekend per kwartaal. De afspraken moeten schriftelijk vastgelegd worden in een verenigingswerkovereenkomst, met daarin de duur van de overeenkomst, de vergoeding, het uurrooster en de belofte dat de plafonds voor het verenigingswerk niet overschreden worden.

‘Het is niet toegelaten om verenigingswerk te doen bij een vereniging waar u in dienst bent als werknemer of dat de afgelopen twaalf maanden was. Dat verbod geldt ook voor wie bij de vereniging tewerkgesteld is als uitzendkracht’, zegt Michiels. ‘Gepensioneerden mogen wel onmiddellijk vanaf de eerste dag van hun pensioen bij hun ex-werkgever verenigingswerk doen. Een gelijkaardige uitzondering is er voor studenten en animatoren die maximaal 25 dagen per jaar gewerkt hebben.’ Als u een uitkeringsgerechtigde werkloze bent, mag u alleen in uitzonderlijke gevallen verenigingswerk doen. Vraag dat na bij uw uitbetalingsinstelling.

Net zoals in de deeleconomie worden de vergoedingen voor verenigingswerk belast tegen een afzonderlijk tarief van 20 procent, na aftrek van een verplicht wettelijk kostenforfait van 50 procent. De verenigingswerker betaalt daarmee 10 procent belastingen op zijn bruto-inkomsten. Daarnaast moet de vereniging 10 procent solidariteitsbijdragen betalen.

Wie meer verdient dan toegelaten, kan niet meer genieten van het gunstregime. Het hele inkomen uit verenigingswerk wordt dan belast als beroepsinkomen. Ook zijn socialezekerheidsbijdragen verschuldigd. ‘Bij de overschrijding van de maandgrens is de kwalificatie als beroepsinkomen absoluut voor de vergoeding van die maand en is geen tegenbewijs mogelijk’, zegt Wellens.

‘Een tegenbewijs kan wel bij een overschrijding van de jaargrens. U kunt aantonen dat de activiteiten niet frequent genoeg zijn en niet voldoende met elkaar verbonden zijn om als een voortdurende bedrijvigheid met een beroepskarakter te worden beschouwd. De inkomsten blijven dan belast als divers inkomen uit sportverenigingswerk, met uitzondering van de eventuele maandvergoeding die de maandgrens overstijgt.’ Ook voor de vereniging zijn er sancties: die moet bijzondere socialezekerheidsbijdragen van 38,07 procent betalen.

Bron: De Tijd

Oplossing voor aanvullend pensioen bedrijfsleiders getroffen door corona
29 april 2021

Oplossing voor aanvullend pensioen bedrijfsleiders getroffen door corona

Nadat de regering al met een oplossing gekomen is voor het aanvullend pensioen van zelfstandigen die door de coronacrisis uitstel vroegen voor hun sociale bijdragen, komt ze nu ook bedrijfsleiders tegemoet die via hun vennootschap sparen voor hun pensioen.

Zelfstandigen die het door de coronacrisis financieel moeilijk hebben, kunnen de betaling van hun sociale bijdragen uitstellen tot volgend jaar en kunnen het overbruggingsrecht aanvragen. Dat is een soort werkloosheidsvergoeding voor zelfstandigen.

Die steunmaatregelen dreigden echter ongunstige gevolgen te hebben voor het aanvullend pensioen dat zelfstandigen zelf bij elkaar sparen, omdat de fiscale aftrekbaarheid van de pensioenpremies in het gedrang komt.

Eerder meldde minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) al dat zelfstandigen die uitstel vragen voor het betalen van hun sociale bijdragen van 2020 zich geen zorgen hoeven te maken over het aanvullend pensioen dat ze sparen via de formule van het Vrij Aanvullend Pensioen VAPZ. ‘Uitzonderlijk mag uitstel van de sociale bijdragen geen reden zijn om de aftrekbaarheid van de premies voor het VAPZ te verwerpen’, zei hij in oktober in een omzendbrief aan zijn administratie.

Nu kondigt hij ook een oplossing aan voor bedrijfsleiders die via hun vennootschap een pensioen van de tweede pijler opbouwen via de formule van de Individuele Pensioentoezegging (IPT), zeg maar een soort groepsverzekering op maat van de bedrijfsleider.

Regelmaat

De opbouw van dat pensioen is maar fiscaal vriendelijk als alle voorwaarden worden gerespecteerd. Een eerste voorwaarde is dat de pensioenpremies die de vennootschap dit boekjaar in het IPT voor de bedrijfsleider stort betrekking moeten hebben op bezoldigingen die regelmatig en ten minste om de maand worden betaald of toegekend door de vennootschap.

Door de coronacrisis bestaat het risico dat u dit jaar niet aan die voorwaarde voldoet. Veel vennootschappen draaiden dit jaar minder omzet en bedrijfsleiders kenden zichzelf tijdelijk een lager of zelfs geen loon toe. Ook als ze terugvielen op het overbruggingsrecht komt de voorwaarde van ‘regelmatig en ten minste om de maand’ in het gedrang. Want het overbruggingsrecht wordt niet door de vennootschap maar door de overheid betaald.

De Individuele Pensioentoezegging, een soort groepsverzekering op maat van de bedrijfsleider, is aan voorwaarden gekoppeld. Door de coronacrisis dreigden bedrijfsleiders die voorwaarden niet te halen.

‘Voor het uitzonderlijke jaar 2020 wordt aanvaard dat, naar analogie met wat geldt voor werknemers met een arbeidsovereenkomst, de maanden waarvoor de bedrijfsleider kon genieten van een overbruggingsrecht buiten beschouwing worden gelaten om te oordelen of sprake is van maandelijkse bezoldigingen’, zegt het kabinet van Van Peteghem

80%-regel

Naast de vereiste dat sprake moet zijn van een maandelijkse bezoldiging geldt een begrenzing van het bedrag van de premie. Dat wordt de 80%-regel genoemd. Die bepaalt dat de tijdens een jaar betaalde premie alleen aftrekbaar als de premie aanleiding geeft tot extra pensioenopbouw waardoor de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen niet hoger ligt dan 80 procent van de referentiebezoldiging van de bedrijfsleider.

Bij een loonsverlaging of als de bedrijfsleider terugviel op het overbruggingsrecht, zakt de referentiebezoldiging en dus de grens van 80 procent. Waardoor de IPT-verzekering mogelijk moet worden teruggeschroefd. Ook daarvoor werkte het kabinet een oplossing uit. ‘Uit pragmatische overwegingen wordt aanvaard dat de premiebetalingen voor 2020 gedeeltelijk als een voorschot kunnen worden beschouwd op de premie van het volgende boekjaar 2021. Op die manier krijgen ondernemingen de mogelijkheid om alsnog de nodige aanpassingen te doen om te voldoen aan de 80%-regel’, aldus de minister.

Bron: De Tijd

Fiscus belast verhuur onder marktwaarde als goedgunstig voordeel
29 april 2021

Fiscus belast verhuur onder marktwaarde als goedgunstig voordeel

Er bestaat veel rechtspraak over het ter beschikking stellen van een onroerend goed van de vennootschap aan haar bedrijfsleider. In dat geval waardeert de fiscus het toegekende voordeel van alle aard op basis van een forfaitaire raming. Wat als een vennootschap vastgoed ter beschikking stelt aan een derde?

Het Hof van Cassatie boog zich recent over volgende situatie: een vennootschap stelt een woning ter beschikking van derden tegen een lage vergoeding. Doorgaans zal de fiscus in zo’n geval de kosten van de vennootschap, die op de ter beschikking gestelde goederen betrekking hebben, verwerpen als aftrekbare beroepskosten.

De fiscus baseerde zich in dit geval echter niet op de regeling van de aftrekbare beroepskosten, maar op de regeling die betrekking heeft op het verlenen van abnormale en goedgunstige voordelen. Een voordeel is goedgunstig wanneer de verstrekker van het voordeel geen evenredige tegenprestatie in ruil krijgt.

De vraag stelde zich of de fiscus het voordeel mag koppelen aan de uitgaven van de vennootschap, die verband hielden met het onroerend goed. In de plaats van een raming op basis van het verschil tussen de betaalde huurprijs en de marktconforme huurprijs.

Het Hof van Cassatie besloot dat de keuze van waarderingsmethode in essentie een keuze van de fiscus is. Het komt aan de fiscus toe om de werkelijke waarde van een concreet voordeel te waarderen. De fiscus moet wel rekening houden met de vraag of er sprake is van artificieel opgedreven kosten die als een abnormaal of een goedgunstig voordeel kwalificeren.

De vraag stelt zich of hiermee geen schending van het gelijkheidsbeginsel dreigt. De gehanteerde waarderingsmethode bij de terbeschikkingstelling van een onroerend goed door een vennootschap, kan tot een ongelijke fiscale behandeling leiden naargelang de vennootschap het goed ter beschikking stelt van haar bedrijfsleider, dan wel van een derde. De forfaitaire raming die geldt voor een voordeel van alle aard ten gunste van een bedrijfsleider vormt in dat opzicht idealiter de bovengrens bij de raming van eenzelfde voordeel toegekend door de vennootschap aan een derde.

Bron: Lauwers

Zes maanden extra tijd om Vlaamse fiscale regularisatie op orde te krijgen
29 april 2021

Zes maanden extra tijd om Vlaamse fiscale regularisatie op orde te krijgen

Vlamingen kunnen tot 31 december niet-aangegeven inkomsten waarop erf- en registratiebelastingen moest worden betaald regulariseren. Wie een dossier opstart, krijgt zes maanden extra tijd om zijn aangifte op orde te krijgen.

Vlamingen die geen erf- of registratiebelasting op een erfenis of een schenking hebben betaald en die inbreuk willen rechtzetten, kunnen dat nog tot eind dit jaar bij de Vlaamse Belastingdienst. Het moet gaan over inbreuken die dateren van voor 1 augustus 2016, waarop een speciaal tarief moet worden betaald.

‘Wie ‘vergeten’ is belastingen te betalen op een erfenis of op een onderhandse schenking waarvan de schenker binnen de drie jaar overleed, heeft nog tot 31 december 2020 om met de fiscus in het reine te komen. Tegen dan moeten alle aanvragen binnen zijn’, zegt Vlaams minister van Financiën Matthias Diependaele (N-VA). Nadien is het definitief gedaan met de Vlaamse fiscale regularisatie.

Uitstel voor corona

Wel geeft Diependaele zes maanden uitstel om het dossier op orde te krijgen. ‘In de dossiers die nu naar boven komen en waarvoor men alsnog een regularisatie wenst, blijken heel dikwijls buitenlandse (onroerende) goederen te zitten. Door de coronacrisis is het vaak moeilijk buitenlandse autoriteiten te bereiken.’

Voor wie in zo’n situatie zit, is een oplossing uitgewerkt. Wie tegen 31 december niet over alle nodige documenten beschikt, mag voorlopig een dossier van 1 euro indienen. De voorwaarde is wel dat de aanvrager het correcte bedrag binnen de zes maanden doorgeeft.

Aan de eigenlijke deadline van 31 december wil Diependaele niet raken. ‘Het net is zich meer en meer rond hardnekkige fraudeurs aan het sluiten. Wie nu nog geen regularisatie aanvroeg, is echt hardleers. Dit is dan ook hun laatste kans om hun ziel nog te zuiveren.’

Bron: De Tijd

Verhuurde onroerende goederen in personenbelasting – Airbnb
28 april 2021

Verhuurde onroerende goederen in personenbelasting – Airbnb

Inkomstenjaar 2019 / Aanslagjaar 2020

Privégebruik

Deel 1 van de aangifte

Wanneer u eigenaar bent van een in België gelegen gebouwd onroerend goed dat u verhuurt aan een particulier (die het niet voor zijn beroep gebruikt). Hoe moet u uw onroerend inkomen aangeven?

U moet het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen vermelden naast de code 1106/2016

Het belastbaar onroerend inkomen is het geïndexeerde kadastraal inkomen verhoogd met 40 procent.

Deel 2 van de aangifte

Extra diensten, zoals schoonmaak en ontbijt, leveren een divers inkomen op, dat tegen 33 procent wordt belast. Doorgaans zal de fiscus in de praktijk een forfait van 20 procent aanvaarden.

Deze inkomsten worden vermeld naast de codes 1200-61/1201-60

Schematische voorstelling

Nu ook een kadastraal inkomen voor buitenlands vastgoed
28 april 2021

Nu ook een kadastraal inkomen voor buitenlands vastgoed

Op donderdag 25 februari 2021 verscheen de nieuwe wetgeving over de inkomstenbelastingen op buitenlands vastgoed in het Belgisch Staatsblad. Wat is het gevolg?

Wie vastgoed heeft in het buitenland zal zich moeten buigen over een vragenlijst van de fiscus. Het Europees Hof van Justitie wees België herhaaldelijk op de ongelijke behandeling in het kader van de belasting op onroerende goederen. België belast buitenlandse onroerende goederen op basis van hun werkelijke huurinkomsten of hun huurwaarde. De onroerende goederen die in België liggen, worden daarentegen belast op basis van hun kadastraal inkomen verhoogd met 40 %.

Internationaliseren kadastraal inkomen

Dat kadastraal inkomen is een fictief inkomen dat veel lager ligt dan de werkelijke huurinkomsten. Er is dus inderdaad sprake van een ongelijkheid. België weigert standvastig de Belgen op hun werkelijke huurinkomsten te belasten en zal de ongelijkheid wegwerken door ‘het kadastraal inkomen te internationaliseren’. Voor de belastingplichtige is die keuze toe te juichen.

Praktische problemen

Voor de fiscus brengt deze aanpak een aantal praktische problemen met zich mee. Vooreerst is de fiscus voor het bepalen van de kadastrale inkomens volledig afhankelijk van de informatie die de belastingplichtigen verstrekken via de vragenlijsten. Zo zal u bijvoorbeeld moeten duiden waar uw pand gelegen is en moet u de normale verkoopwaarde aangeven.
Het zal bovendien moeilijk zijn om controles uit te oefenen op de waarachtigheid van die informatie.

Impact hervorming

Toch is impact van de hervorming eerder beperkt. Inkomen van onroerende goederen gelegen in het buitenland zijn immers vrijgesteld met progessievoorbehoud, althans voor zover er een dubbelbelastingverdrag bestaat.

Sancties en termijnen

De Belgische eigenaars van buitenlands vastgoed kunnen zich dus aan een vragenlijst van de fiscus verwachten. Die vragenlijst moet zorgvuldig en vakkundig ingevuld worden. De fiscus zwaait immers schaamteloos met boeten tot 3.000,00 EUR voor talrijke overtredingen. Daarnaast moeten Belgen die buitenlands vastgoed verwerven of vervreemden dat ook aangeven binnen een kortere termijn. Voor heel wat wijzigingen aan het onroerend goed voorziet de wet kortere meldingstermijnen die gekoppeld zijn aan dezelfde sancties.

Het is met andere woorden een klassiek Belgisch fiscaal verhaal in al zijn facetten. De regels zijn een complex kluwen dat zich kenmerkt door allerhande verplichtingen, termijnen, formulieren en sancties.

Bron: Lauwers

Nieuwigheden voor uw belastingaangifte van 2021
5 januari 2021

Nieuwigheden voor uw belastingaangifte van 2021

Door de coronacrisis en de nieuwe federale regering zal de belastingaangifte die u in 2021 moet invullen er anders uitzien dan gewoonlijk. Een overzicht.

1. Hoger belastingvoordeel voor kinderopvang

Betaalde u in 2020 opvangkosten aan bijvoorbeeld de crèche, voor- en naschoolse opvang of een zomerkamp met de jeugdbeweging? U kunt een groter deel van die kosten via uw belastingaangifte recupereren. De voorbije jaren kon u voor een kind tot 12 jaar (18 jaar voor kinderen met een zware handicap) tot 11,20 euro per dag aan opvangkosten fiscaal inbrengen.
Voor de opvangkosten betaald in 2020 is het maximumbedrag opgetrokken tot 13 euro per opvangdag. Tegelijk bedraagt de leeftijdsgrens nu 14 jaar (21 jaar voor kinderen met een zware handicap). Een andere nieuwigheid is dat u ook uitgaven voor de professionele thuisopvang van zieke kinderen zult kunnen inbrengen. De belastingvermindering hangt af van het inkomen van de ouders. Ze bedraagt minstens 45 procent en kan voor alleenstaande ouders met een beperkt inkomen oplopen tot 75 procent. Vanaf het inkomstenjaar 2021 wordt het maximumbedrag verder opgetrokken tot 13,70 euro.
Door de annulering van tal van jeugd- en sportkampen en andere activiteiten in de paasvakantie werd bepaald dat ouders die hun geld voor die geannuleerde activiteiten niet terugvroegen toch het belastingvoordeel zullen krijgen. Daarmee wordt afgeweken van de regel dat er effectief opvang moet zijn geweest. De uitzondering geldt voor alle activiteiten die in de periode van 14 maart tot en met 31 december werden geannuleerd.

2. Meer belastingvoordeel voor giften

Giften van minstens 40 euro aan erkende instellingen – zoals het Rode Kruis, de Koning Boudewijnstichting, Rode Neuzen Dag, Kom op tegen Kanker of de Koninklijke Muntschouwburg – worden met een belastingvoordeel gestimuleerd. Voor giften gedaan in 2020 is de belastingvermindering hoger: 60 procent in plaats van de gebruikelijke 45 procent.
Van een minimumgift van 40 euro recupereert u dus via uw belastingaangifte 24 euro. Het maximumbedrag van uw inkomen dat u aan giften kunt spenderen, is opgetrokken van 10 naar 20 procent van uw netto-inkomen. Het absolute maximum blijft onveranderd op 397.859 euro. Het belastingvoordeel is er ook voor onlinegiften, zoals via PayPal of Mollie.
Door de strijd tegen het coronavirus geldt het belastingvoordeel uitzonderlijk ook voor giften in natura aan OCMW’s, ziekenhuizen, het Rode Kruis en instellingen voor mensen met een handicap, bejaarden en beschermde minderjarigen. Het kan gaan om medisch materieel of producten in de strijd tegen het coronavirus, zoals mondmaskers, ontsmettingsmiddelen, testsets, beademingstoestellen, beschermende kledij, veiligheidsbrillen en waterdichte poncho’s. De giften moeten tussen 1 maart en 30 juni 2020 gedaan zijn. Om het afstandsonderwijs te ondersteunen, is het belastingvoordeel er ook voor computers die tussen 1 maart en 31 december geschonken worden aan Belgische scholen.
Ondernemers, handelaars of vrijeberoepers die goederen schenken die vervaardigd of verworven zijn in het kader van hun beroepsactiviteit, kunnen die giften in natura uitzonderlijk ook inbrengen als beroepskosten. Dat kan voor giften in natura, gedaan tussen 1 maart en 31 juli 2020. Computers kunnen tot eind december aan scholen worden geschonken. De aftrek als beroepskosten kan niet gecumuleerd worden met de belastingvermindering voor giften

3. Niet alle studentenarbeid geteld

Ouders die kinderen ten laste hebben, betalen minder belastingen. Studenten zijn maar fiscaal ten laste van hun ouders op voorwaarde dat ze beperkte eigen inkomsten hebben. Daarbij wordt gekeken naar de zogenaamde nettobestaansmiddelen. Kinderen van gehuwde of wettelijke samenwoners mogen in 2020 maximaal 3.380 euro nettobestaansmiddelen hebben. Een zoon of dochter van een alleenstaande of feitelijk samenwonende ouder mag tot 4.880 euro bestaansmiddelen opstrijken. Door de maatregelen die de overheid nam om de impact van de coronacrisis te beperken, worden bezoldigingen voor studentenarbeid in het tweede kwartaal (van 1 april tot en met 30 juni 2020) niet meegeteld bij de berekening van de bestaansmiddelen. Dat geldt in alle sectoren waarin studenten hebben gewerkt en ongeacht het betalingstijdstip. Bovendien zullen de bezoldigingen voor de uren studentenarbeid in de zorgsector en het onderwijs in het vierde kwartaal van 2020 en in het eerste kwartaal van 2021 niet in rekening worden gebracht.

4. Hoger belasting-voordeel voor mantelzorgers

Mantelzorgers die zich om oudere, inwonende familieleden bekommeren, krijgen een bijkomende financiële ondersteuning. Er bestaat al langer een belastingvoordeel voor inwonende personen ten laste. Dat neemt de vorm aan van een toeslag op de zogenaamde belastingvrije som, een eerste schijf van inkomsten die niet belast wordt. Door de toeslag op de belastingvrije som ontsnapt een groter deel van de inkomsten aan belastingen.
Voor het inkomstenjaar 2020 is de toeslag op de belastingvrije som opgetrokken voor wie een zorgbehoevende (groot)ouder, broer of zus van meer dan 65 jaar in huis neemt: van 3.270 tot 4.900 euro. Daardoor moet u 534 euro minder belastingen betalen.
Of iemand zorgbehoevend is, hangt af van de graad van zelfredzaamheid. Voor het extra belastingvoordeel is een verminderde zelfredzaamheid van ten minste 9 punten vereist.

5. Taxshelter voor kmo’s uitgebreid

De taxshelter is een bestaande belastingvermindering van 30 of 45 procent voor wie tot 100.000 euro nieuwe aandelen koopt van een starter of een groeibedrijf. Tijdelijk komt daar nu een mogelijkheid bij: investeringen in kmo’s die door de coronacrisis hun omzet tussen 14 maart en 30 april 2020 met minstens 30 procent zagen dalen.
Het bijkomende belastingvoordeel is er voor particulieren die inschrijven op nieuwe aandelen op naam tijdens een kapitaalverhoging tot maximaal 250.000 euro tussen 14 maart en 31 december 2020. Bij een betaling en volstorting van de aandelen in dezelfde periode is er een belastingvermindering van 20 procent voor een maximale investering van 100.000 euro, wat het maximale belastingvoordeel op 20.000 euro brengt. De aandelen moeten 5 jaar worden bijgehouden, anders moet het belastingvoordeel deels worden teruggegeven.

6. Toch woonbonus bij coronaverlenging

In Vlaanderen is er sinds begin 2020 geen woonbonus meer voor wie een nieuwe lening aangaat voor de aankoop of bouw van een gezinswoning. Leningen die al liepen, behouden hun belastingvoordeel, maar looptijdverlengingen leveren in principe geen belastingvoordeel meer op.
Van die regel wordt afgeweken voor looptijdverlengingen door betalingsuitstel naar aanleiding van de coronacrisis. Wie door de coronacrisis tijdelijk werkloos werd, kon aan de bank vragen om zes maanden lang het krediet niet te moeten afbetalen. De schuld werd niet kwijtgescholden, maar de looptijd van de lening werd met enkele maanden verlengd. Die extra maanden zullen wel nog een belastingvoordeel opleveren.

7. Vlaamse win-winlening uitgebreid

Sinds 2006 kunnen vrienden en familieleden met een win-winlening geld uitlenen aan een of meerdere kleine en middelgrote ondernemingen met een zetel in het Vlaams Gewest. Wie zo’n achtergestelde lening toestaat, krijgt een jaarlijkse belastingkorting van 2,5 procent op het openstaande kapitaal.
Omdat veel ondernemers tijdens de coronacrisis nood hebben aan extra kapitaal, werden de mogelijkheden voor win-winleningen afgesloten na 6 oktober 2020 uitgebreid. Het maximumbedrag dat men mag uitlenen, is van 50.000 naar 75.000 euro opgetrokken. Een kredietnemer kan maximaal 300.000 euro in plaats van 200.000 euro ontlenen. De duurtijd hoeft niet langer acht jaar vast te zijn, maar kan schommelen tussen vijf en tien jaar.
Er is een garantie voor het geval de kmo failliet gaat of het bedrijf de lening niet meer kan terugbetalen: een eenmalig belastingkrediet van 30 procent van het verloren gegane kapitaal, waardoor de ontlener 30 procent van zijn centen terugkrijgt. Dat vangnet wordt uitgebreid voor leningen gesloten na 15 maart 2020 tot uiterlijk 31 december 2021, tot een eenmalig belastingkrediet van 40 procent en dat voor de volledige looptijd van de win-winlening.
Bovendien kan de duur van een lopende lening die vervalt in 2020 met maximaal twee jaar verlengd worden. Zo kunnen ondernemingen de terugbetaling meer spreiden of uitstellen.
Ook kleine aandeelhouders – met maximaal 5 procent van de aandelen – zullen voortaan een win-winlening kunnen verstrekken aan de vennootschap. De Brusselse variant van de Vlaamse win-winlening is de proxilening. Ook daarvan werden de voorwaarden door de coronacrisis versoepeld.
Tegelijk is er een extra Vlaamse mogelijkheid om een bevriende kmo te steunen: het vriendenaandeel. Daarmee worden familieleden en vrienden fiscaal gestimuleerd om aandelen te verwerven in kmo’s. Er zal een belastingvoordeel zijn voor wie intekent op een kapitaalverhoging met nieuwe aandelen op naam. De grens van maximaal 75.000 euro per inbrenger per jaar en maximaal 300.000 euro per kmo zal gelden voor de win-winlening en het vriendenaandeel samen. Voor het vriendenaandeel zal er een belastingkrediet van 2,5 procent gedurende maximaal vijf jaar zijn, wat het maximale voordeel op vijf keer 1.875 euro brengt. De aandelen moeten vijf jaar worden bijgehouden.

8. Receptiekosten volledig aftrekbaar

Wellicht zal er door de coronacrisis maar weinig zijn uitgegeven aan receptiekosten. Denk maar aan een personeelsfeest, of een receptie die een autodealer geeft bij de voorstelling van een nieuw model. Die beroepsmatige receptiekosten kunnen normaal voor de helft als beroepskosten worden ingebracht. Om de evenementensector te ondersteunen, is er geen aftrekbeperking meer voor receptiekosten betaald van 8 juni tot en met 31 december, wat betekent dat ze 100 procent aftrekbaar zijn.
Verwar receptiekosten niet met restaurantkosten (voor 69 procent aftrekbaar) of relatiegeschenken (voor 50 procent aftrekbaar).

9. Tal van fiscale grensbedragen bevroren

Tal van fiscale plafonds worden elk jaar geïndexeerd,
om gelijke tred te houden met de levensduurte. In februari werden de geïndexeerde grensbedragen voor het inkomstenjaar 2020 – die gelden voor de belastingaangifte die u in 2021 invult – gepubliceerd in het Staatsblad. Maar de regering heeft in de programmawet beslist dat sommige fiscale plafonds voor de inkomstenjaren 2020 tot en met 2023 niet geïndexeerd zullen worden. Daardoor gelden de plafonds van het inkomstenjaar 2019.
De jaarlijkse indexering zal opnieuw plaatsvinden vanaf het inkomstenjaar 2024. Een vermindering van het plafond met 10 euro betekent maximaal 5 euro meer belastingen op jaarbasis.
De bevriezing treft tal van plafonds die van belang zijn voor spaarders en beleggers: de vrijgestelde intresten op spaarrekeningen, vrijgestelde dividenden, pensioen- en langetermijnsparen . De belangrijkste andere bevroren plafonds zijn:
Federale woonbonus De federale woonbonus bedraagt maximaal 3.210 euro (60 euro minder door de bevriezing). Dat belastingvoordeel is er voor wie destijds leende voor zijn gezinswoning en die lening nog steeds afbetaalt, maar er niet langer woont.
Werkgeversaandelen Koopt u nieuwe aandelen in de vennootschap van uw werkgever of een moederonderneming? Voor een aankoop van maximaal 780 euro (20 euro minder door de bevriezing) aan werkgeversaandelen kunt u een belastingvermindering van 30 procent vragen, wat het maximale voordeel op 240 euro brengt.
Rechtsbijstandsverzekering Premies betaald voor een rechtsbijstandsverzekering tot 310 euro (geen verschil in vergelijking met 2019) geven recht op een belastingvermindering van 40 procent, wat het maximale voordeel op 124 euro brengt. Zo’n verzekering neemt de kosten van allerhande juridische geschillen op zich. Het moet gaan om een aparte polis voor rechtsbijstand. Het luikje rechtsbijstand in uw brand- of autoverzekering voldoet bijvoorbeeld niet.

10. Flexibiliteit voor thuiswerkende grensarbeiders

Woont u in België, maar werkt u in Nederland, Duitsland, Frankrijk of Luxemburg? Voor de periodes die u in het buitenland aan de slag bent, wordt u belast in de werkstaat en niet in België. Maar door de coronacrisis werkten veel grensarbeiders noodgedwongen thuis. In principe zouden ze voor het thuiswerk in België en niet in de werkstaat worden belast. Maar er werd een regeling uitgewerkt, waardoor grensarbeiders ook voor de dagen coronathuiswerk van 11 maart tot en met 31 december 2020 in het buitenland worden belast.
Die neutralisatie van het thuiswerk geldt echter niet voor de gewone thuiswerkdagen die losstaan van de coronamaatregelen.

11. Consumptiecheques ontsnappen aan belastingen

Door het relanceplan van de federale regering kunnen bedrijven nog tot het einde van het jaar hun werknemers een belastingvrije ‘consumptiecheque’ geven. Die moet de koopkracht van werknemers opkrikken én sectoren boosten die door de coronacrisis zwaar zijn getroffen. Tot 300 euro blijven de cheques belastingvrij. U kunt ze besteden in horecazaken of kleinhandelszaken die minstens een maand verplicht moesten sluiten. Ze gelden ook in de erkende of gesubsidieerde cultuur- en sportsector.
De cheques blijven tot 7 juni 2021 geldig, maar de Nationale Arbeidsraad vraagt dat de geldigheidsduur tot 31 december 2021 wordt verlengd.
Ook voor het federale zorgpersoneel komen er consumptiecheques. Een voltijdse werknemer zal een eenmalige premie van 300 euro krijgen. Werkgevers kunnen de cheques tot 30 juni van volgend jaar uitgeven. Ze kunnen worden gebruikt tot en met 31 december 2021.

12. Geen belasting op thuiswerk-vergoeding

Door de coronacrisis werken veel meer werknemers – gedurende bepaalde periodes verplicht – thuis. Sinds 1 maart kunnen werkgevers een forfaitaire thuiswerkvergoeding geven om de kosten voor de inrichting en het gebruik van een werkruimte bij u thuis te dekken. Denk maar aan de huur of afschrijving van de woning, kantoormeubelen, printer- en computeraccessoires, kleine benodigdheden zoals nietjes en papier, onroerende voorheffing, verzekering, water, elektriciteit, verwarming, onderhoud…

13. Extra overuren in cruciale sectoren

Ook aan deeltijdse werknemers mag het maximumbedrag van de thuiswerkvergoeding betaald worden, ongeacht het aantal uren van de arbeidsovereenkomst. Die vergoeding is belastingvrij zolang ze niet meer bedraagt dan 129,48 euro per maand (126,94 euro in maart) en wordt toegekend aan werknemers die minstens vijf werkdagen per maand thuiswerken.
Door de uitbraak van het coronavirus konden werknemers in cruciale of essentiële sectoren en diensten – zoals de zorg, voedingshandel, landbouw en scheikundige industrie – vrijwillig meer overuren doen. Tussen april en 30 juni 2020 konden ze boven op de gebruikelijke 100 overuren nog eens 120 vrijwillige uren presteren. Als voor die uren geen overloon werd betaald, ontsnappen ze aan belastingen.

14. Bruggepensioneerde kon zonder sanctie bij vroegere werkgever werken

Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) – het vroegere brugpensioen – is een regeling waardoor oudere werknemers na hun ontslag een bedrijfstoeslag krijgen boven op de werkloosheidsuitkering. Gaat die werknemer bij een andere werkgever aan de slag? Sinds 2016 zijn die bedrijfstoeslag en eventuele aanvullende vergoedingen die verplicht worden doorbetaald, vrijgesteld van belastingen. Dat is in principe niet het geval als de bruggepensioneerde opnieuw bij de vroegere werkgever aan de slag gaat. Door de coronacrisis wordt daarop een uitzondering gemaakt: een werkhervatting in april, mei en juni 2020 in een vitale sector bij de vroegere werkgever wordt uitzonderlijk gelijkgesteld met een werkhervatting bij een andere werkgever. De toeslagen blijven dus belastingvrij. Bron: De Tijd
Het Vlaamse Beschermingsmechanisme
19 oktober 2020

Het Vlaamse Beschermingsmechanisme

Het Vlaamse Beschermingsmechanisme: Waar gaat dit over? Bij deze de belangrijkste vragen & antwoorden.
  • Over welke periode gaat het?

Je moet een omzetverlies van 60% kunnen aantonen over de periode van 01/08 tot en met 30/09 ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

  • Wat als ik vorig jaar nog niet actief was als zelfstandige?

Dan moet je het omzetverlies kunnen aantonen aan de hand van een financieel plan.

  • Is deze premie belastbaar?

De premie is vrij van belastingen.

  • Telt deze premie mee als inkomsten zelfstandige?

Je vraagt het Vlaams Beschermingsmechanisme aan als onderneming, dus deze premie wordt niet opgenomen bij je inkomsten als zelfstandige.

  • Je moet als zelfstandige evenveel dagen werken als dezelfde periode vorig jaar. Kan het overbruggingsrecht dan worden aangevraagd?

Ja, deze premie is combineerbaar met het overbruggingsrecht.

  • Kan een stopzetting van de onderneming een probleem vormen voor het aanvragen van de premie?

Aangezien de onderneming de premie aanvraagt, moet deze nog actief zijn op het moment van de aanvraag.

  • Kan deze premie gecombineerd worden met het overbruggingsrecht/relancepremie?

Ja, deze premies zijn combineerbaar.

  • Kunnen we de premie aanvragen indien we geen hinderpremie of compensatiepremie ontvingen?

Ja dat kan. Je moet wel voldoen aan de voorwaarden.

  • De onderneming ontvangt momenteel nog de hinderpremie. Kan deze ook genieten van het Vlaams Beschermingsmechanisme?

Nee. De hinderpremie kan niet gecombineerd worden.

  • Wordt de premie gehalveerd indien de onderneming van 01/08/2020 – 30/09/2020 minder dagen geopend was dan dezelfde periode vorig jaar? Ook al komt dit omwille van corona?

Ja de premie wordt gehalveerd. Deze steunmaatregel wil ondernemingen die hun zaak toch niet heropenen, omdat deze gelet op de exploitatiebeperkingen verlieslatend is, aanzetten om desondanks verlies in omzet toch hun zaak te heropenen. Met deze steun worden ze dan gecompenseerd voor de geleden omzetdaling. Indien de onderneming vanaf 24 augustus 2020 toch minder openingsdagen heeft dan in dezelfde periode in 2019 wordt de steun gehalveerd. De Vlaamse Regering wil op deze manier de gehele of gedeeltelijke vrijwillige sluiting ontmoedigen.

  • Openingsdagen : wat is een openingsdag, wat is een sluitingsdag? Wordt er gekeken naar de technische werkloosheid, wat indien alleen de zelfstandige bestuurder aanwezig is?

Er wordt dus gekeken naar de openingdagen voor de coronacrisis. Idealiter is dit augustus-september van 2019. Als de ondernemer tussen die periode en 12 maart 2020  zijn sluitingsdagen heeft aangepast, dan wordt daar rekening mee gehouden.

  • In het geval dat het dossier voldoet aan de 3,75%, is het maximale bedrag dan ook nog steeds 15.000€

Bij minder openingsdagen dan in dezelfde periode in 2019, wordt de premie gehalveerd.

  • Kan een onderneming gelegen in het Brussels Gewest deze premie aanvragen?

Nee, enkel ondernemingen met een vestiging in Vlaanderen kunnen deze premies aanvragen.

  • Het Vlaams Beschermingsmechanisme is van toepassing op ondernemingen die open zijn. Ondernemingen die verplicht moesten sluiten vanaf 29 juli kunnen reeds een voorschot van 2.000,00 € aanvragen. Dit spreekt elkaar tegen?

Het gaat om ondernemingen die terug open waren, maar die omwille van een beslissing van de Nationale Veiligheidsraad of een lokale coronamaatregel opnieuw tijdelijk moesten sluiten. (bv. fitnesscentra in Antwerpen)

  • Een bijberoeper krijgt een halve premie bij een inkomen tussen de € 6.996,89 en € 13.993,78. Hoe berekent VLAIO het beroepsinkomen?

Vlaio kijkt naar het netto belastbaar jaarinkomen 2019. Dit is hetzelfde inkomen als waarop de sociale bijdragen worden berekend.

  • Kan ik mijn boekhouder het Vlaams Beschermingsmechanisme aanvragen voor mij?

Dit kan zeker via jouw boekhouder, met voorkeur digitaal zodat de uitbetaling sneller kan gebeuren.

  • Vennootschap vraagt de premie aan, is het sociaal statuut van de zaakvoerder van belang?

Bij een vennootschap wordt er niet gekeken naar het sociaal statuut van de zaakvoerders. Dit is enkel het geval bij een eenmanszaak.

  • Geldt het Vlaams beschermingsmechanisme ook voor de zelfstandigen onder art 37 met een eenmanszaak?

Aangezien het Vlaams Beschermingsmechanisme een vervolg is op de hinder- en compensatiepremie, blijven de voorwaarden hetzelfde.

Een zelfstandige onder artikel 37 wordt beschouwd als een zelfstandige in hoofdberoep. Deze persoon kan dus het Vlaams Beschermingsmechanisme aanvragen, indien hij ook voldoet aan de andere voorwaarden.

Bron: Vlaio Ik vraag graag meer info aan bij Balan’z over deze premie
Het Doorzetterscontract en 1 op 1 begeleiding voor Gentse Ondernemers
15 oktober 2020

Het Doorzetterscontract en 1 op 1 begeleiding voor Gentse Ondernemers

Ga voor een doorzetterscontract of 1-op-1-begeleiding en krijg per investering in transformatie tot € 5000 en per advies tot € 500. Waar gaat het over? Heb je als Gentse ondernemer de afgelopen maanden een aanzienlijk omzetverlies (min. 60%) geleden omwille van de coronacrisis? Dan kan je bij de Stad Gent het doorzetterscontract en/of de 1-op-1-begeleiding aanvragen.
  • Het doorzetterscontract heeft als doel je onderneming toekomstbestendig te maken. Voor toekomstgerichte investeringen kan je een subsidie van max. 5000 euro aanvragen.
  • De 1-op-1-begeleiding is een subsidie van maximum 500 euro voor een advies- en begeleidingstraject tussen jou en 1 of meerdere externe organisaties met een dienstenaanbod voor ondernemers.
Via de 1-op-1-begeleiding en het doorzetterscontract kan je je laten adviseren en investeren in het nieuwe normaal, een duurzame omschakeling maken naar een aangepast businessmodel, aanpassingen in het diensten en/of productenaanbod maken of toekomstbestendige innovaties doorvoeren. Om in aanmerking te komen voor deze maatregelen moet je aan een aantal voorwaarden voldoen. Je komt in aanmerking voor beide subsidies wanneer:
  • je een ondernemer bent met een maatschappelijke zetel in Gent of wanneer je een ondernemer bent en al je vestigingen in Gent gelegen zijn.
  • je minder dan 5 werknemers, over alle vestigingen heen, hebt.
  • je kunt aantonen dat je onderneming structureel gezond was voor de aanvang van de coronamaatregelen (14 maart 2020).
  • je een onderneming hebt die volgens de Kruispuntbank Ondernemingen (KBO) ten laatste opgestart is op 14 november 2019 en nog steeds actief is.
  • je een omzetverlies van minstens 60% kan aantonen in de periode van 14 maart 2020 tot en met 30 april 2020 in vergelijking met dezelfde periode het jaar voordien. Voor ondernemers die nog niet actief waren op 14 maart 2019, zijn de referentieperiodes een periode van 6 weken en 5 dagen vóór 31 december 2019 en de periode van 14 maart tot en met 30 april 2020.
  • je een ondernemer bent die zijn/haar activiteiten aanbiedt onder de vorm van een vennootschap én minstens 51% van de aandelen eigendom is van één of meer natuurlijke personen. Deze natuurlijke personen zijn zelfstandig in hoofdberoep.
  • je dat omzetverlies kunt aantonen op basis van dagontvangsten, geleverde prestaties of tijdsregistratie.
Deze subsidies gelden niet voor:
  • Ondernemingen met automatenshops, gok- en speelzalen, seksdiensten.
  • Ondernemers in een niet-actieve toestand (bijvoorbeeld in geval van faillissement, vereffening, stopzetting, enzovoort).
  • Ondernemers in een WCO-procedure (wet betreffende de continuïteit van de onderneming).
De subsidies voor ondernemingen, die aan de voorwaarden voldoen, bedragen:
  • maximum 500 euro voor een 1-op-1-begeleidingstraject.
  • maximum 5.000 euro voor een doorzetterscontract.
Ondernemers komen slechts 1 keer in aanmerking voor uitbetaling van het 1-op-1-begeleidingstraject en het doorzetterscontract. De subsidie is van toepassing:
  • op uitgaven en kosten waarvan de factuurdatum tussen 14 maart 2020 en 30 september 2022 valt (met terugwerkende kracht).
  • op maximum 60% van de totale met facturen, betalingsbewijzen, offertes of ramingen bewezen uitgaven en kosten (inclusief BTW).
  • wanneer de aanvraag betrekking heeft op toekomstige kosten, dan komen enkel uitgaven en kosten waarvan de factuurdatum valt binnen de 8 maanden na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen tot toekenning van de subsidie in aanmerking voor subsidie.
Deze zaken moeten zeker aan je dossier toegevoegd worden om kans te maken op een positief advies:
  • Gegevens die je financiële gezondheid bewijzen van de periode voor de coronamaatregelen (zie reglement).
  • Dagontvangsten, geleverde prestaties of tijdsregistratie om je omzetverlies van 60% of meer op basis van de referentieperiodes te bewijzen.
  • Facturen of betalingsbewijzen van kosten die in aanmerking komen voor subsidie.
Ik wil de aanvraag doen Je kan de subsidie online aanvragen  of wij kunnen dit doen voor jou. Geef ons een seintje als je graag wil dat we dit voor jou bekijken! Belangrijk:
  •   Aanvragen voor al gemaakte kosten dienen uiterlijk op 31 juli 2022 ingediend te worden.
  •   Aanvragen voor toekomstige kosten dienen uiterlijk op 1 oktober 2021 ingediend te worden.
De aanvragen worden volgens ontvangstdatum behandeld door een jury (doorzetterscontract) en/of de Dienst Economie (1-op-1-begeleiding). Zij adviseren over de gegrondheid van de aanvragen voor het doorzetterscontract op basis van de criteria zoals opgesteld in het reglement en houden rekening met de gegrondheid van de aanvragen voor 1-op-1-begeleiding door na te gaan of de externe organisatie(s) een dienstaanbod hebben voor ondernemers. Een aanvraag voor een doorzetterscontract kan een tweede keer voor de jury gebracht worden. De Dienst Economie brengt je schriftelijk op de hoogte van het resultaat van deze beoordeling. Bron: Stad Gent
Autokosten zijn 100% aftrekbaar ten belope van eigen bijdrage in VAA
14 oktober 2020

Autokosten zijn 100% aftrekbaar ten belope van eigen bijdrage in VAA

Volgens het Hof van Cassatie is de fiscale aftrekbeperking voor autokosten niet van toepassing ten belope van de eigen bijdrage van de werknemer of bedrijfsleider in het voordeel van alle aard voor het privégebruik van de betrokken auto (Cass. 25 juni 2020, F.18.0116.N). Voordeel van alle aard firmawagen Wanneer autokosten betrekking hebben op een firmawagen die de werknemer of de bedrijfsleider privé gebruikt, dan moet de vennootschap geen aftrekbeperking toepassen ten belope van het voordeel van alle aard dat wordt belast in de personenbelasting. Immers, in de mate dat die autokost correspondeert met een voordeel van alle aard, krijgt de autokost het karakter van een loonkost. Dat is de zgn. bezoldigingstheorie die de administratie zelf erkent in haar commentaar (ComIB, 66/41 en 195/109). Eigen bijdrage voor firmawagen Bepaalde ondernemingen vragen voor het privé gebruik van de firmawagen een vergoeding, een zgn. eigen bijdrage. Dit vergoedingssysteem kan op drie manieren georganiseerd worden: de vennootschap reikt een factuur uit aan de genieter, de vennootschap doet een inhouding op het netto loon van de genieter of de vennootschap boekt een bedrag op het debet van de rekening courant. Door eenzelfde vergoeding als het voordeel van alle aard te hanteren neutraliseert het voordeel en vermijdt men de belasting in hoofde van de gebruiker alsook de inhouding van bedrijfsvoorheffing en de fichevermelding. Volgens de administratie mag enkel het effectief in de personenbelasting belastbare voordeel van alle aard in mindering komen van de te beperken autokosten. De bruto autokosten mogen volgens de fiscus dus niet verminderd worden met het bedrag van de eigen bijdrage. Want in zo’n geval is er dus geen voordeel van alle aard meer, en dus ook geen loonkost meer, aldus de fiscus (Parl. Vraag nr. 1026, Borginon dd. 27 maart 2006). Dat standpunt wordt niet altijd gevolgd door de rechtspraak. Zo verwierp het hof van beroep van Brussel de administratieve visie (HvB. Brussel 6december 2017, 2015/AF/261). Het hof vond dat artikel 66, § 1 WIB 92 niet los gezien kan worden van artikel 66, § 3 WIB 92. Volgens die laatste bepaling geldt de aftrekbeperking ook voor kosten die aan derden terugbetaald worden. In de context van het privégebruik van een firmawagen moet de werkgever of vennootschap beschouwd worden als een derde. Vermits het niet de bedoeling is om de aftrekbeperking twee keer toe te passen, volgt daaruit dat de aftrekbeperking alleen bij de werknemer of bedrijfsleider aan de orde is, en niet bij de werkgever of vennootschap. Hof van Cassatie, 25 juni 2020 De administratie had een cassatieberoep aangetekend tegen het arrest van het Hof van Beroep van Brussel. Het Hof van Cassatie verwerpt nu alle argumenten van de fiscus. “Uit artikel 66, § 1 WIB 92 en de wetsgeschiedenis volgt dat de aftrekbeperking enkel toepasselijk is op de kosten voor het beroepsmatig gebruik van de bedoelde voertuigen, en niet op het deel van de kosten dat niet beroepsmatig, maar wel privé wordt gebruikt. De omstandigheid dat de kosten voor het privé-gebruik door de werknemer-gebruiker worden terugbetaald aan de belastingplichtige-werkgever, belet niet dat de werkgever deze kosten volledig mag aftrekken.“ Volgens het Hof van Cassatie vallen dus enkel de autokosten die verband houden met het professioneel gebruik van de personenwagen onder de fiscale aftrekbeperking en de kosten in verband met het privaat gebruik van de personenwagen door een derde. Wat telt is het gebruik van de auto. Het Hof van Cassatie aanvaardt dat een eigen bijdrage voor het privé gebruik van een bedrijfswagen ook mag afgetrokken worden van de te beperken autokosten. Bron: Practicali
Formulier carry back in de personenbelasting is er!
10 oktober 2020

Formulier carry back in de personenbelasting is er!

Coronawet II (zijnde de wet van 23 juni 2020 houdende fiscale bepalingen ter bevorderingvan de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van deeconomische gevolgen van de COVID-19-pandemie) heeft een éénmalige maatregel ingevoerd waarbij belastingplichtigen een deel of het geheel van hun winst en baten voor het aanslagjaar 2020 kunnen vrijstellen omwille van eventuele verliezen die in de loop van het belastbare tijdperk verbonden met het aanslagjaar 2021 worden geleden. Vermits de aangifte in de personenbelasting reeds was gepubliceerd op het moment dat de maatregel werd getroffen en dus geen codes bevat om de vrijstelling aan te vragen, moet die aanvraag gebeuren via een apart formulier. Bij KB van 22-08-2020 is de vorm en de inhoud van dat formulier alsook de termijn waarbinnen het moet worden ingediend gepubliceerd (BS 27.08.2020) Het ingediende formulier maakt deel uit van de aangifte voor het aanslagjaar 2020 Het formulier aan de hand waarvan de economische vrijstelling voor toekomstige verliezen wordt aangevraagd, vermeldt 1. de naam en voornaam van de belastingplichtige, 2. zijn fiscaal nummer (nationaal nummer of bisnummer toegekend door de KruispuntbankSociale Zekerheid) en 3. het bedrag waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd. Wil je dit graag aanvragen? Laat het ons zeker weten, we helpen graag!  Bron: Practicali
1 2 3