Bijklussen? Fiscus wil voortaan minstens 10 procent.

Sinds begin dit jaar is het niet langer mogelijk om onbelast bij te verdienen. Maar wie bijklust in de deeleconomie of bij een sportvereniging kan wel tot 6.390 euro fiscaal voordelig opstrijken.

Tot eind vorig jaar kon u bijverdienen of ‘plussen’ zonder belastingen of socialezekerheidsbijdragen te betalen. Dat kon met drie types van activiteiten. Een eerste groep waren occasionele klussen bij particulieren. Denk aan kleine onderhoudswerken aan huis, het gras maaien bij de buren, bijles geven of buitenschoolse opvang verzorgen. Daarnaast kon u bijklussen bij een vereniging als bijvoorbeeld animator of sporttrainer. Ten derde kon u via een app in de deeleconomie werken.

Maar het Grondwettelijk Hof heeft de regeling in april vorig jaar vernietigd. Daardoor viel eind december het doek erover.

Maar dat betekent niet dat voortaan de gebruikelijke belastingtarieven gelden voor alle tot voor kort onbelaste bijverdiensten. Er bestaat een permanent fiscaal gunstregime voor wie bijverdient in de deeleconomie en een tijdelijke regeling voor verenigingswerk in de sportsector.

Verdient een bijklusser in de sport of de deeleconomie 1 euro meer dan toegelaten, dan gelden de gunstregimes niet langer. Dan worden alle inkomsten beschouwd als beroepsinkomen en belast tegen de gebruikelijke tarieven.

‘Als de inkomsten in 2021 uit de deeleconomie en verenigingswerk in de sportsector samen niet meer bedragen dan 6.390 euro, blijft de belastingdruk voor de bijklusser beperkt tot 10 procent’, zegt Jef Wellens, fiscalist bij Wolters Kluwer. Wat houdt dat concreet in?

1 Bijverdienen in de deeleconomie

Verdient u bij via een platform als Deliveroo, Uber Eats, Helpper of Het Bijlesbureau? Na de afschaffing van het onbelast bijverdienen vallen die inkomsten in principe terug op het ‘oude’ belastingregime van 2017.

Als uw bruto-inkomsten niet meer dan 6.390 euro per jaar bedragen, geldt een belastingtarief van 20 procent en ontsnapt u aan btw- en socialezekerheidsverplichtingen. Een maandplafond is er niet. ‘Dat bruto-inkomen omvat niet alleen de vergoeding die u ontvangt van het platform, maar ook inhoudingen zoals voorheffingen en commissies voor het gebruik van het platform’, waarschuwt Wellens.

Van de bruto-inkomsten wordt een kostenforfait van 50 procent afgetrokken, wat de effectieve belastingdruk op 10 procent van uw bruto-inkomsten brengt. Vanaf 1 februari 2021 moeten de erkende platformen 10,70 procent bedrijfsvoorheffing inhouden van de bruto-inkomsten.

Verdient u ook maar 1 euro meer, dan wordt in principe het volledige inkomen – niet alleen het deel boven het plafond – beschouwd als beroepsinkomen en belast tegen de gebruikelijke tarieven. Die kunnen tot 50 procent oplopen. Daarbovenop komen socialezekerheidsbijdragen.

Het gunstregime is er alleen voor wie werkt voor een platform erkend door de overheid. De populaire verhuursite Airbnb heeft die erkenning niet, wat betekent dat de verhuurinkomsten niet onder het belastingregime voor de deeleconomie vallen. U moet die inkomsten verplicht opnemen in uw belastingaangifte. De regering werkt aan een nieuwe verplichting voor alle platformen – erkende en niet-erkende – om informatie uit te wisselen met de fiscus.

2 Tijdelijke regeling voor de sportsector

Wie bij een vereniging bijklust, kan dat voortaan alleen bij sportverenigingen fiscaal voordelig doen. Voor de sportsector – goed voor zo’n 70 procent van het verenigingswerk – is een tijdelijke regeling uitgewerkt voor de inkomsten tussen 1 januari en 31 december 2021. Daarna moet er een definitieve regeling komen. Voor wie werkt voor een socioculturele vereniging of een lokaal bestuur is er geen fiscaal gunstregime meer.

De tijdelijke regeling voor de sportsector is er alleen voor in de wet opgesomde activiteiten. Daarbij geldt niet alleen hetzelfde jaarplafond van 6.390 euro (inclusief verplaatsingskosten en onkosten) voor verenigingswerk en klussen in deeleconomie samen, maar ook een maandplafond. U kunt tot 1.065 euro per maand verdienen als:

  • Animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie geeft en/of sportactiviteiten begeleidt.
  • Sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester of seingever bij sportwedstrijden.

   Voor de overige activiteiten mag u tot 532,50 euro per maand verdienen. Het gaat om:

  • Conciërge van sportinfrastructuur.
  • Occasionele of kleinschalige hulp en ondersteuning bij het administratief beheer, het bestuur, het ordenen van archieven of een logistieke verantwoordelijkheid.
  • Occasionele of kleinschalige hulp bij het maken van nieuwsbrieven en andere publicaties, zoals websites.
  • Opleidingen, lezingen, presentaties en voorstellingen in de sportsector.

Let wel, zogenaamde werken in onroerende staat zoals een kantine verbouwen of de aanleg van terreinen mogen niet in het kader van het verenigingswerk.

Minstens 18

In de tijdelijke wetgeving is ook gesleuteld aan de modaliteiten. De bijklusser moet minstens 18 jaar oud zijn. En hij moet in de 12 tot 9 maanden voor de start van het verenigingswerk minstens 1 dag aan het werk geweest zijn als werknemer, ambtenaar of zelfstandige in hoofdberoep, of gepensioneerd zijn. Studentenarbeid, een flexi-job, een erkend leerling zijn en gelegenheidsarbeid tellen niet om aan de tewerkstellingsvoorwaarde te voldoen. In de regeling voor het onbelast bijverdienen moest u minstens 4/5de werken, maar die voorwaarde is geschrapt.

‘Nieuw is dat een minimumvergoeding van 5,10 per uur moet worden betaald’, zegt Veerle Michiels van de hr-dienstverlener SD Worx. U mag maximaal gemiddeld 50 uur verenigingswerk per maand doen – over alle organisaties heen en berekend per kwartaal. De afspraken moeten schriftelijk vastgelegd worden in een verenigingswerkovereenkomst, met daarin de duur van de overeenkomst, de vergoeding, het uurrooster en de belofte dat de plafonds voor het verenigingswerk niet overschreden worden.

‘Het is niet toegelaten om verenigingswerk te doen bij een vereniging waar u in dienst bent als werknemer of dat de afgelopen twaalf maanden was. Dat verbod geldt ook voor wie bij de vereniging tewerkgesteld is als uitzendkracht’, zegt Michiels. ‘Gepensioneerden mogen wel onmiddellijk vanaf de eerste dag van hun pensioen bij hun ex-werkgever verenigingswerk doen. Een gelijkaardige uitzondering is er voor studenten en animatoren die maximaal 25 dagen per jaar gewerkt hebben.’ Als u een uitkeringsgerechtigde werkloze bent, mag u alleen in uitzonderlijke gevallen verenigingswerk doen. Vraag dat na bij uw uitbetalingsinstelling.

Net zoals in de deeleconomie worden de vergoedingen voor verenigingswerk belast tegen een afzonderlijk tarief van 20 procent, na aftrek van een verplicht wettelijk kostenforfait van 50 procent. De verenigingswerker betaalt daarmee 10 procent belastingen op zijn bruto-inkomsten. Daarnaast moet de vereniging 10 procent solidariteitsbijdragen betalen.

Wie meer verdient dan toegelaten, kan niet meer genieten van het gunstregime. Het hele inkomen uit verenigingswerk wordt dan belast als beroepsinkomen. Ook zijn socialezekerheidsbijdragen verschuldigd. ‘Bij de overschrijding van de maandgrens is de kwalificatie als beroepsinkomen absoluut voor de vergoeding van die maand en is geen tegenbewijs mogelijk’, zegt Wellens.

‘Een tegenbewijs kan wel bij een overschrijding van de jaargrens. U kunt aantonen dat de activiteiten niet frequent genoeg zijn en niet voldoende met elkaar verbonden zijn om als een voortdurende bedrijvigheid met een beroepskarakter te worden beschouwd. De inkomsten blijven dan belast als divers inkomen uit sportverenigingswerk, met uitzondering van de eventuele maandvergoeding die de maandgrens overstijgt.’ Ook voor de vereniging zijn er sancties: die moet bijzondere socialezekerheidsbijdragen van 38,07 procent betalen.

Bron: De Tijd