Bedrijfswagens, wat verandert?

Vanaf 1 september geldt alleen nog de nieuwe strengere uitstootnorm WLTP voor de bepaling van de CO2-uitstoot van auto’s. Tot nu toe kon vaak nog de oude NEDC-norm gebruikt worden. Die leverde een lagere gemiddelde uitstoot op.

Nog vanaf september komen er fiscale stimuli voor de bouw van laadpunten thuis of van publiek toegankelijke oplaadpunten op bedrijfsparkings. Wie investeert tussen 1 september en 31 december 2022, zal een belastingvermindering van 45% krijgen. In 2023 is dit voordeel nog 30% en in 2024 nog 15%.

Vanaf 1 januari 2026 behouden alleen nog auto’s die 0 gram CO2 per kilometer uitstoten hun fiscaal gunstregime van 100 procent aftrekbaarheid. Dat tarief daalt naar 95 procent in 2027 en zakt verder naar 90 procent in 2028, 82,5 procent in 2029, 75 procent in 2030 en 67,5 procent voor wagens besteld in 2031.

Personenwagens op fossiele brandstof die voor 1 juli 2023 worden aangeschaft, blijft de huidige fiscale aftrek van toepassing. Voor personenwagens die tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 worden besteld, komt er een overgangsregeling die nadien wordt afgebouwd. De aftrekbaarheid wordt in 2025 afgetopt op 75 procent. In 2026 wordt dat 50 procent, in 2027 25 procent en vanaf 2028 nul.

Voor hybride bedrijfswagens die na 1 juli 2023 worden aangeschaft, wordt de fiscale aftrekbaarheid van de fossiele brandstof beperkt tot 50% om op die manier elektrisch rijden aan te moedigen.

Bestelwagens en vrachtwagens vallen niet onder bovenstaande regeling. Bedrijven die echter een emissievrije vrachtwagen in huis halen genieten een verhoogde investeringsaftrek. Hetzelfde geldt voor investeringen in tankinfrastructuur voor waterstof en een elektrisch laadstation. Het tarief bedraagt 35 procent in 2023, 29,5 procent in 2024, 24 procent in 2025, 18,5 procent in 2026 en 13,5 procent in 2027.

Als alternatief voor de bedrijfswagen wordt het mobiliteitsbudget breder, eenvoudiger en soepeler.

De regering heeft bij deze volledig ingezet op elektrificatie van het wagenpark. Hoe dit in de praktijk zal lopen zal nog moeten blijken.

Bron: De Tijd